|
|
Kunst en WO II
Op woensdag 7 maart 2007 vertelde David Beekhuis, lid van de werkgroep Jeugd van de historische Vereniging Haerlem de kinderen uit groep 7 en 8 van de Bavoschool het verhaal van de moord op Fake Krist. Hij was het hoofd van de Sicherheits Dienst in Haarlem en vormde een permanente bedreiging in de stad. Op een ochtend in oktober 1944 is hij op de Westergracht vanuit het huidige schoolgebouw geliquideerd voor zijn huis. Niet door Hannie Schaft en Truus Oversteegen, maar door Zwarte Kees die zich verstopt had in de toenmalige gymzaal van de school. Hannie Schaft en Truus Oversteegen waren ook op weg om de gehate politieman om te brengen maar de kogels van Gommert Krijger (Zwarte Kees) bereikten Fake eerder. De volgende dag kwamen de Duitse vergeldingsmaatregelen. Tien gijzelaars uit Amsterdam werden bij de Nieuwe Bavo neergeschoten. De vier huizen naast de school, die niets met de aanslag te maken hadden, werden in de brand gestoken. In 1949 werd in het plantsoen het standbeeld “Treurende Vrouw” onthuld. Het is gemaakt door Ludwig Wenckebach. Op de tien stenen rondom het voetstuk staan de namen van de omgekomenen. Jaarlijks vindt daar op 4 mei een herdenkingsplechtigheid plaats. De Bavoschool heeft dit monument geadopteerd.
…maar moeten we nu nog steeds de omgekomenen herdenken? Waarom is er eigenlijk een monument gemaakt en waarom een treurende vrouw? Waarom hebben volwassenen het tijdens deze plechtigheid over de woorden “verdraagzaamheid en respect”? Deze vragen werden van een antwoord voorzien door beeldend kunstenaar en schilder Jan van Wensveen uit Haarlem. De kinderen uit groep 8 zijn na het verhaal over Fake Krist naar het atelier van Jan van Wensveen gegaan om daar het oorlogsverleden van Jan te horen vertellen en hoe dat verleden nu nog steeds in zijn schilderwerk doordringt. Het verhaal over de verschillende razzia’s die Jan als kind heeft meegemaakt in Utrecht, de vlucht uit Utrecht naar Amsterdam en de ellende uit die tijd staan Jan nog helder op het netvlies en maakten op de kinderen diepe indruk. Op de vraag of “u bang was?” wist Jan geen antwoord te geven. Hij dacht van wel. En dat leek de kinderen ook wel het beste antwoord.
Jan van Wensveen heeft de kinderen ook meegenomen in het creatieve proces om te komen tot een kunstwerk. Vele kinderen waren al prima in staat om hun gevoel om te zetten in een beeld (“… als mijn moeder is overleden dan maak ik een ster. Waarom? Ze is nu ook al mijn ster!”). Jan eindigde zijn verhaal met het kunstwerk dat hij voor de Bavoschool heeft gemaakt. Het zijn de betonnen obstakels en de houten palen voor de school op de stoep. De kinderen werden op dat moment pas bewust dat ze al acht jaar lang hadden geklauterd op (kostbare) kunst!
|
|
|
|