Haerlem Jaarboek 2011 is nu verkrijgbaar

Op donderdag 31 mei is in de Societeit Vereniginghet Haerlem Jaarboek 2011 presenteerd.

Plebaan Ogtrop was dit jaar de gelukkige die het eerste exemplaar van het jaarboek 2011 van Vereniging Haerlem kreeg uitgereikt door secretaris Peter van Wingerden.

Het eerste hoofdstuk, geschreven door André Numan, gaat dan ook over het ontstaan van en de historie van de plek van de Kathedrale Basiliek St. Bavo in de voormalige Veenpolder. Bij de meeste mensen bekend als de nieuwe Bavo aan de Leidsevaart. Het altaar van een kerk is naar het oosten gericht. Maar er gaan ook verhalen zo vertelde van Ogtrop dat het lijkt dat de achterkant van de deze kerk naar de stad gericht is omdat daar protestanten woonden waar de katholieken een hekel aan hadden. Er zijn echter nog meer interessante hoofdstukken te vinden in het jaarboek zoals: "Het logement van Haarlem in Den Haag " door Jaap Temminck, "Het stadsjacht van Haarlem " ook van Temminck, "de Bodebus van Haarlem " door Jaap Pop, "Twee portretjes door Jan de Bray (1627-1697)" van Pieter Biesboer, "De ontwikkeling van de stadsarmenscholen van Haarlem in de achttiende eeuw (1757-1795)" van Dick van Gijlswijk en "Een Haarlemse instituteur in de negentiende eeuw" van Jan Spoelder en nog veel meer interessante verhalen. Zowel Plebaan Ogtrop als Jan Spoelder gaven een toelichting en achtergrond informatie over hun onderwerp.

 

Haerlem Jaarboek 2010.

Op woensdag 15 juni 2011 is in de Gravenzaal van het stadhuis van Haarlem het Haerlem Jaarboek 2010 gepresenteerd. Klik hier voor het verslag van de uitreiking van het Jaarboek 2010.

De formule van het Jaarboek van de Vereniging Haerlem is zoals u van ons gewend bent. Het bevat een aantal boeiende artikelen over het verleden van Haarlem evenals de stadskroniek met de actualiteiten van het afgelopen jaar. Een greep uit de inhoud:

  • Brieven van een Spaanse kapitein.
  • Cornelis Thymansz. Padbrué (1592 - 1670), Jubalist van Haarlem.
  • Het optreden van de Commissie tot verbetering van het Herhalingsonderwijs in 1858 -1859.
  • Tulpen uit Haarlem.
  • Ere wie ere toekomt.
  • Een overzicht van de eerbewijzen die de stad Haarlem aan verdienstelijke inwoners kan toekennen.
  • Een herenclub. Enige opmerkingen over het schilderij ‘De Rijnlandsche Academie’ van Peer van den Molengraft.
  • De verdwijning van Zadkine’s Huilende Harlekijn.

Als lid van de Vereniging Haerlem krijgt u het Jaarboek gratis. Het Haerlem Jaarboek is ook in de winkel van de Vereniging Haerlem verkrijgbaar. Klik hier voor algemene informatie over het Jaarboek.

Haerlem Jaarboek 2009

Op woensdag 2 juni 2010 is het Haerlem Jaarboek 2009 gepresenteerd in het Noord-Hollands Archief. Als lid van de Vereniging Haerlem krijgt u het Jaarboek gratis. Het Haerlem Jaarboek 2009 is ook in de boekhandel verkrijgbaar.

Inhoud
Het jaarboek Haerlem 2009 bevat o.a de volgende artikelen:
  • Een artikel over de stichters en supporters van het klooster Porta Coeli in Heemstede
  • Een levensbericht over de Haarlemse landschapsschilder Cornelis Lieste (1817-1861)
  • De relatie tussen Darwin en Haarlem
  • De herinneringen van Arent Broekmeijer aan de Kruisstraat rond 1900
  • Een artikel over de Haarlemse architect Jac. London (1872-1953)
  • Een artikel over de laatste jaren van Kees Verwey
  • Verder worden weer een aantal gerestaureerde gevelstenen beschreven en ook de restauratie van het Koepeltje van Eindenhout

Een paar citaten uit het artikel over Verwey, de schilder die bekend stond om zijn moeilijk karakter.

‘Een bekende manier van Kees om ongewenst bezoek het huis uit te krijgen gaat als volgt: Hij vraagt of de bezoeker interesse heeft in zijn werk. Dat wordt natuurlijk beaamd. ‘Gaat U op de gang maar eens kijken.’ Na enige tijd voegt Kees zich dan bij het bezoek en wijst op schilderijen die steeds dichter bij de buitendeur komen. Plotseling gooit hij dan ineens de buitendeur open en roept: ‘En nu eruit, donder op.’

‘…naar Groenendaal gereden voor een hapje warm eten. Vanaf dat moment ging alles mis. Kees wilde beslist onder de tent op het voorplein zitten, terwijl ik dacht dat hij in de tuin wou zitten. Op het bevel: “achteruit” reed ik de auto tegen een lantaarnpaal. Dit onder het oog van een bruiloftgezelschap dat juist de taart nuttigde en van schrik stopte bij de klap die wij veroorzaakten. Na het maal werd de koffie gebracht en toen verdween een van de kopjes hete koffie pardoes in de schoot van Kees, die begon te janken als een hond en die daarbij de jonge serveerster met vele godver…de godvers naar de hel wenste. Daarop ontblootte hij zijn buik voor het oog van de bruiloftsgasten en riep: “k ben daar pas geopereerd en nu dit!” Er moest een dokter komen en Conny de verpleegster. Ik stelde al voor een ambulance te bellen en naar het ziekenhuis te gaan. Dit bleek niet nodig. Als reddende engel trad een arts [Wim Dekker] op, die temidden van zijn Rotarykameraden aan de borrel zat. Die behandelde de blaar als een kunstwerk met behulp van de verbandkist van Groenendaal, terwijl hij onder veel knipoogjes en schouderklopjes de patiënt gerust stelde.’